Toerfietsen

Toerfietsen

Binnen de KNWU was nooit rekening gehouden met het toerfietsen. De toerfietsers hadden daarom een eigen landelijke bond, de Nederlandse Rijwiel Toer Unie (NRTU). Ook onze toerafdeling was aangesloten bij de NRTU.

Binnen de KNWU was nooit rekening gehouden met het toerfietsen. De toerfietsers hadden daarom een eigen landelijke bond, de Nederlandse Rijwiel Toer Unie (NRTU). Ook onze toerafdeling was aangesloten bij de NRTU.
Eind jaren ’70 kwamen er op landelijk niveau gesprekken op gang tussen KNWU en NRTU om te komen tot samenwerking en zo mogelijk een fusie. Die gesprekken werden afgebroken, weer opnieuw opgestart, weer afgebroken, enz. Het werd een ‘gebed zonder eind’.
Tenslotte kwam een speciaal in het leven geroepen commissie onder neutraal voorzitterschap van Wim de Heer van de Nederlandse Sport Federatie tot de conclusie dat beide organisaties moesten ophouden te bestaan om gezamenlijk als één groot geheel verder te gaan. De besturen van de NRTU en de KNWU schaarden zich achter dit voorstel en ook de Algemene Ledenvergadering van de KNWU ging ermee akkoord. Op het laatste moment spraken de leden van de NRTU zich echter uit tegen een samensmelting (december 1979).

In 1980 hakte de KNWU de knoop door en besloot om (ook) zelf het toerfietsen “ter hand” te nemen.
Op 1 januari 1981 begon de KNWU officieel met toerfietsen.
Daarmee ontstonden op plaatselijk niveau grote problemen. De clubs moesten nu kiezen tussen toeren bij de KNWU of bij de NRTU. Een combinatie was niet mogelijk. Dit hield in, dat die clubs, waarvan de toerafdeling bij de NRTU zou willen blijven, de consequentie van die keus zouden moeten aanvaarden door een juridische scheiding binnen de club te laten plaatsvinden. Aldus geschiedde. Binnen onze club werd op advies van de KNWU een nieuwe rechtsvorm gezocht en gevonden in een omni-vereniging. Dit vereiste echter (opnieuw) een statutenwijziging. Het clubbestuur, onder toenmalig voorzitterschap van Anton Folkerts, legde de statutenwijziging voor aan de algemene ledenvergadering op 31 maart 1981. Dit was rijkelijk aan de late kant, want formeel had dit al moeten gebeuren vóór 1 januari. Tot overmaat van ramp kreeg het voorstel slechts een matig draagvlak, waardoor het vereiste aantal stemmen niet werd gehaald. De kiem voor een nieuwe crisis binnen de club was gelegd. Een streep door de rekening van met name mensen als Kalverla en Folkerts, die in 1981 was aangetreden als opvolger van Jan Lammers.
De nieuwe voorzitter reageerde teleurgesteld in het clubblad van mei 1981: Als je als voorzitter van het algemeen bestuur op 31 maart j.l. moet concluderen dat je beleid wordt afgekeurd, bekruipt je wel een vreemd gevoel. ( )
Je moet je gaan bezinnen en hebt verder weinig lust tot actie. Het enige wat je doet is vlug een brandbrief aan de KNWU schrijven en daarin meedelen dat de statutenwijziging niet doorgaat en uitstel vragen tot 1 januari 1982. (verleend tot 1 juli)
Dat bestuurders en fietsers en andere leden elkaars belangen en doelstellingen begrepen hebben is op 31 maart niet gebleken. Hierbij doel ik vooral op het feit dat de hele discussie zich toespitste op de exploitatie van de kantine, terwijl het bedrijven van de sport, waarvoor we eigenlijk lid zijn van de wsv Emmen, nauwelijks aandacht kreeg.
Toch gelooft het bestuur nog in haar eigen voorstel m.b.t. de omni-vereniging. ( )
Ik, en met mij de andere leden van het algemeen bestuur denken dat we op 31 maart voorbij gegaan zijn aan de werkelijke belangen van de wsv Emmen voor nu en in de toekomst. We hebben elkaar dus niet helemaal begrepen. Het is daarom dat het alg. bestuur op 1 juni dezelfde statutenwijziging weer aan de leden zal voorleggen en daar de renners aan de ene kant en bestuurders en overige leden aan de andere kant de hele problematiek verschillend benaderd hebben, gezien vanuit hun eigen betrokkenheid bij de vereniging, vinden er op 20 en 21 mei met deze groeperingen extra vergaderingen plaats.
  Na het nodige masseerwerk werd een tweede poging gedaan op maandag 1 juni. Deze buitengewone ledenvergadering werd bezocht door 43 leden. Na de nodige vragen en toelichtingen werd er schriftelijk gestemd. De stemcommissie, bestaande uit de heren Benjamins, Knol en Bisschop maakte de uitslag bekend: 32 stemmen voor, 10 tegen en 1 blanco stem. Aldus is met meerderheid van stemmen de omni-vereniging tot stand gekomen, met 2 juridisch van elkaar gescheiden sub-verenigingen.
Een interimbestuur bestaande uit de dagelijkse besturen van de ren- en de toerverenigingen moest de zaak op gang trekken. Geen gemakkelijke taak gezien de zeer stroeve aanloop.
Het omni-bestuur had als taak om de gezamenlijke belangen van de beide sub-verenigingen te behartigen. In de praktijk hield dat in:
a) Alles wat te maken had met het clubgebouw (beheer en exploitatie) en de wielerbaan.
b) Alle aangelegenheden betreffende het clubblad, dus ook de productie en de eindredactie.
Met (wedstrijd)technische zaken had het omni-bestuur geen bemoeienis.

De 1e ledenvergadering van de omni-vereniging vond plaats op 14 januari 1982
Het interim-bestuur, dat vanaf 1 juni ’81 had gefunctioneerd, trad af en droeg haar taak over aan een nieuw bestuur, bestaande uit Dick Ike (voorzitter), Chris Kalverla (secretaris), Bé Room (penningmeester), J.B. Weinans (voorzitter kantine-commissie), Job Oldenburger (voorzitter toer) en Anton Folkerts (voorzitter ren). De omni-vereniging is geen lang leven beschoren geweest. Het verloop binnen het bestuur was groot. Eerst vertrok de heer Weinans, die ander werk had gekregen. In de loop van 1982 haakte een teleurgestelde Anton Folkerts af. Hij stapte op als voorzitter van de ren en daarmee dus ook als bestuurslid van de omni-vereniging. Eind 1983 volgde Kalverla dit voorbeeld (opvolger Rien van Manen), een jaar later stopte Bé Room ermee (opvolger Kasper Jansen) en in juni ’85 gaf ook voorzitter Dick Ike de pijp aan Maarten.   Naar een opvolger is niet actief meer gezocht, want het was toen al wel duidelijk, dat de omni-vereniging op z’n laatste benen liep. De Toer was en bleef van mening, dat het allemaal te duur was, ook al omdat de inkomsten uit de kantine flink tegenvielen. De laatste bestuursvergadering van de omni-vereniging was op 16 september 1986. Na 1 oktober gingen de Ren en de Toer definitief uit elkaar en er was eigenlijk niemand die daar om treurde.   Kantine
Het uittreden van de Toer draaide feitelijk om de kantine. De Toervereniging wilde niet langer (financiële) mede-verantwoordelijkheid dragen voor de kantine. De oorzaak daarvan was, dat de kantine zichzelf niet kon bedruipen. Er moest geld bij en de Toer was niet langer bereid om haar aandeel bij te passen. Men constateerde, dat de omzet langzaam maar zeker daalde en dat de kosten (met name de gasprijzen) begonnen te stijgen en niet zo’n klein beetje ook. In plaats van dat er uit die kantine iets te halen was, moest er worden bijbetaald. Dat wilde de Toer niet langer.
De Ren stond er vanaf dat moment alleen voor. De zorgelijke exploitatie van de kantine is voor het bestuur aanleiding geweest om de leden te raadplegen. In september 1990 werd daartoe een buitengewone ledenvergadering ingelast. Dat was toen een geschikt ogenblik, omdat de amateurvoetbalclub Emmen op zoek was naar een eigen onderkomen. Dat opende allerlei denkbare mogelijkheden, maar de ledenvergadering sprak als mening uit, dat het clubgebouw in eigen beheer moest blijven. 

© 2000 - 2012 Wielersport Vereniging Emmen

Website door: Ediso